De regels, in acht stappen
Eén per rij en per kolom
Zoals bij een sudoku: één verdachte per rij en per kolom. Niemand op de grijze vakjes.
Op de plattegrond mogen nooit twee personen in dezelfde rij of dezelfde kolom staan, net als in een sudoku. En niemand staat op een vakje waar een meubel staat: die vakjes zijn grijs en doen niet mee.
Elke kaart zegt waar de verdachte was
“Naast” betekent direct erboven, eronder, rechts of links ervan, en in dezelfde zone: muren scheiden.
Elke verdachte heeft een kaart die zegt waar hij was: in een zone, naast een voorwerp, in een rij of bij iemand anders. Wat de kaarten zeggen, klopt, behalve in zaken met een leugenaar; dat staat dan bovenaan. “Naast” betekent op het vakje ernaast én in dezelfde zone: muren scheiden, ook als de vakjes tegen elkaar liggen.
Ten noorden, zuiden, oosten, westen
“Ik was ten noorden van Bruno”: overal op de plattegrond ten noorden van Bruno. Hetzelfde geldt voor zuid, oost en west.
“Ik was ten noorden van Bruno” betekent overal op de plattegrond ten noorden van Bruno: hoger, in elke kolom, niet alleen recht erboven. Hetzelfde geldt voor zuid, oost en west.
Bij en alleen
“Ik was bij Bruno”: in dezelfde zone als Bruno. “Ik was alleen”: er was niemand anders in die zone.
“Ik was bij Bruno” betekent in dezelfde zone als Bruno, op elk vakje van die zone. “Ik was alleen” betekent dat er niemand anders in die zone was.
In een hoek
“Ik was in een hoek van de Woonkamer”: in elke hoek van die zone.
“Ik was in een hoek van de Woonkamer” betekent in elke hoek van die zone: een vakje met muren aan twee kanten die elkaar raken.
Alleen met het slachtoffer
Plaats iedereen. Wie in dezelfde zone als het slachtoffer staat, is de moordenaar.
Plaats iedereen, ook het slachtoffer. Is de plattegrond vol, kijk dan naar de zone van het slachtoffer: wie in dezelfde zone als het slachtoffer staat, is de moordenaar. Er is er altijd één, en ook maar één.
Tik om te noteren, houd vast om te plaatsen
Eerst de kaart, dan het vakje. Eén tik noteert; vasthouden plaatst de pion.
Tik op een kaart en dan op een vakje om er zijn letter te noteren; houd ingedrukt om de pion te plaatsen. Insturen zegt hoeveel pionnen verkeerd staan, maar niet welke; Hint legt je de volgende zekere stap uit.
Het lege vakje
Eén tik: kruisje. Twee tikken: groen rondje. Drie tikken: leeg.
Zonder gekozen kaart verandert elke tik het vakje: één tik zet er een kruisje in, twee tikken een groen rondje en drie tikken maken het weer leeg. Het kruisje betekent “hier staat niemand”; het groene rondje “hier staat iemand, maar ik weet nog niet wie”.
Veelgestelde vragen
Moet je sudoku kunnen?
Nee. Van sudoku komt maar één regel: één persoon per rij en één per kolom. De rest is redeneren met wat de kaarten zeggen.
Wat betekent “naast”?
Op het vakje ernaast — boven, onder, links of rechts, nooit diagonaal — en in dezelfde zone. Twee vakjes die tegen elkaar liggen maar door een muur gescheiden zijn, liggen niet naast elkaar.
En als ik me vergis?
Er gaat niets verloren. Insturen zegt hoeveel personen verkeerd staan, maar niet wie. Wil je weten wie, vraag dan een hint: die zegt het wel.
Is het gratis? Heb ik een account nodig?
Het is gratis: geen account, niets downloaden, geen reclame. Je voortgang wordt in je browser bewaard: je kunt de pagina sluiten en later op hetzelfde apparaat verdergaan.
Hoeveel zaken zijn er?
Er staan veertig zaken tegelijk open; elke maandag komen er drie nieuwe bij en verdwijnen de drie oudste. In het boek staan er nog negentig, met stap voor stap uitgelegde oplossingen.


A